{ WAT BOF IK TOCH }

Het is ergens tussen het tillen, sjouwen en verschuiven gebeurt. 'Snap!' en de pijn schoot onder in mijn rug. Met een woonkamer overhoop, een gang vol half dichte dozen en een afhaalafspraak voor morgen weet ik dat ik te ver ben gegaan. Mijn lichaam is geen twintig meer; het kan gewoon niet zo heel veel meer hebben. Ik zorg dat de dozen die er nog staan dichtgeplakt worden, schuif alle uit te zoeken spul in een aparte doos en besluit dat het even genoeg is. Met nog wat (nodige) boodschappen te halen laat ik de challenge (voorlopig) voor wat hij is. Een pas op de plaats.

Het is koud als ik buiten kom. De wind waait me flink om de oren als ik bedenk dat het niet koud-koud, maar meer water-koud is. Handschoenen zijn nog niet nodig, maar brrr.. het is even wat anders dan afgelopen dagen. Met de stekende pijn in mijn rug loop ik gedwongen langzamer dan normaal, waardoor de wind me nog kouder aan lijkt te voelen.

Gelukkig zijn er veel kassa's in werking; mijn kleine boodschap is zo gedaan. Bij het afrekenen pak ik een twee-euromunt uit mijn knip en steek het even los in mijn zak. Mijn papiergeld voor deze week is op, maar mijn kleingeld komt op nog een euro of zes/zeven, als ik het zo snel even bezie. Met waarschijnlijk geen uitgaven meer voor deze week, kan ik die twee euro wel missen.

Met twee tasjes verse groenten en eerste levensbehoeften loop ik het winkelcentrum uit en stop bij het altijd-op-de-tocht-staande-koude-blok-beton. Hier - op deze plek - vindt je haar nagenoeg elke dag. Weggekropen in haar dikke winterjas, haar capuchon met bondkraag over haar hoofd. "Krantje?" Nee sorry, die koop ik niet. En nee.. ook de gratis 'Metro' hoef ik niet. Ik lees ze niet, ze gaan rechtstreeks op het oud papier. "Maar.."

Ik steek mijn hand in mijn zak en reik haar mijn net gepakte muntje toe. Met twee handen pakt ze mijn muntje aan, verraste ogen, een glimlach, een hand die me een dankbare aai over mijn arm geeft en een verbaasd "Dank u wel!". "Fijne feestdagen" wens ik haar en krijg een zelfde warme groet terug. Ik vervolg mijn weg naar huis, voel dankbare tranen in me omhoog komen. Ik weet dat ik niet veel te besteden heb. Ik weet dat ik elke cent maar één keer uit kan geven. Maar ik bof! Want ik weet hoe dankbaar ik ben als ik wat mag ontvangen. Mag ik dat gevoel niet delen?

Twee euro.. wat ís dat nu voor een bedrag. Niet veel. Maar toch! Alle kleine beetjes bij elkaar.. En ja.. ik weet het.. het zal vast niet goed zijn haar op deze manier geld te geven, maar hey! Word ik zelf óók niet gek van al die maffe regeltjes van instellingen en de regering? Ik wil haar dit geven. Punt. En ze mag er mee doen wat ze wil. Punt. Al koopt ze een bos bloemen, reep chocola, biertje of flesje wijn. Geniet ook ik niet straks van een extra verwennerijtje?

Nee.. ik hoef geen veren in mijn poepert. Ik wil ze ook niet. Het doet mij al goed als je aan dit verhaal wilt denken als je weer eens een straatverkoper voorbij loopt. Gewoon een heel klein extraatje.. Wie waardeert dat nu niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten